Reptielsoorten
Water- en landschildpadden

Water- en landschildpadden behoren tot de orde der Chelonia, een van de oudste reptielenorden. De eerste schildpadden verschenen ongeveer 200 miljoen jaar geleden, tegelijk met de eerste dinosauriërs. Veel families zijn sindsdien nauwelijks veranderd. Schildpadden zijn heel opvallend met hun papegaaiachtige bek zonder tanden en hun harde schild dat uit beenachtige, overlappende platen bestaat. Water- en moerasschildpadden hebben vaak zwemvliezen en een platter schild, om beter te kunnen zwemmen. Landschildpadden hebben zwaardere, knotsvormige poten en een ronder schild.

Over de hele wereld leven zo'n 300 schildpaddensoorten, waarvan veel in of bij het water leven. Het bekendst zijn waarschijnlijk de zeeschildpadden, hoewel de meeste soorten schildpadden zich in zoetwater ophouden of altijd op het land leven. Waar ze hun tijd ook doorbrengen, alle schildpadden ademen lucht en leggen hun eieren op het land. Hoewel schildpadden vaak als vredelievende dieren worden beschouwd, zijn velen van hen vleesetende rovers. Ze eten alles: van kleine weekdieren tot vissen en andere grotere dieren. Sommige soorten, zoals de opmerkelijke matamata uit Zuid-Amerika en de Amerikaanse alligatorschildpad, gebruiken geavanceerde camouflagetechnieken om effectiever vis te vangen. Anderen doen hun trage reputatie eer aan en grazen gestaag door.

In veel streken staan schildpadden op de menukaart, zowel vanwege hun vlees als om hun eieren. Veel soorten worden met uitsterven bedreigd door jacht en vernietiging van hun habitat. Anderen, zoals sommige landschildpadden en roodwangschildpadden, zijn sterk in aantal achteruitgegaan vanwege hun populariteit als huisdier.