Wat was de langste dinosauriër
Diplodocus betekent ‘dubbele balk’. Hij had een groot lichaam en van voren en achteren stak er bij wijze van spreken een lang balk uit. Evenals alle planten etende dinosauriërs die in moerassen leefden, had de Diplodocus een kleine kop. Deze soort was de langste dinosauriër, maar hij was lichter en slanker dan zijn grote verwanten, hij was ongeveer 27 meter lang.
Hoe kon de grote dinosauriër zich verbergen
De Diplocodus bracht het grootste deel van zijn leven in het water door en de neusgaten en de ogen bevonden zich boven op de kop. Hij was waarschijnlijk een van de dommere soorten die het eerst uitstierven van alle dinosauriërs. Zij hadden een behoefte aan laag moerassig land en zachte waterplanten en hun tanden waren niet sterk genoeg om taaie en droge planten te eten. Toen na miljoenen jaren de moerassen begonnen op te drogen, waren de arme ‘reuzen’ niet in staat om op het droge land te leven. Al hadden ze de planten van het land kunnen eten, ze hadden het water nodig om zich te verbergen voor hun vijanden.
Waarom waren sommige dinosauriërs gepantserd
De ‘bedekte hagedis’ was bedekt met een pantser en grote beenplaten, deze beschermde hem tegen z’n vijanden en hij at planten en het leefde in de Juraperiode.
Konden de planten etende dinosauriërs vechten
Als je de afbeelding van de Stegosaurus (foto rechts) bekijkt, zie je onmiddellijk een dubbele rij beenplaten op de rug, ze beginnen vlak achter de kop en eindigen aan het einde van de staart en op het laatste deel van de staart staan 4 grote stekels. De Stegosaurus kon niet hard lopen, maar wel gevaarlijk zwaaien met zijn beangstigende staart die zijn vijanden uit de buurt hield. De achterpoten zijn opvallend langer dan de voorpoten en dit wijst erop dat het dier afstamt van voorouders die op sterke achterpoten liepen. De Stegosaurus liep echter op 4 poten met de heupen omhoog en de kop laag bij de grond.
Hoe groot waren de hersenen van de dinosauriërs
Opvallend is de zeer kleine kop voor dit reusachtige dier. De hersenen van de Stegosaurus waren niet groter dan een okkernoot, net groot genoen om de kaken en de voorpoten te laten werken. Hij was later ontstaan, maar leefde toch nog met de andere soorten samen. De Stegosaurus was in staat de harde droge planten van drogere hoger gelegen streken te vermalen.
Konden sommige dinosauriërs op 4 poten lopen
De naam van de Tenontosaurus (foto rechts) betekent ‘gebogen’ of ‘buigzame hagedis’. Hij is zo genoemd, omdat hij op zijn grote achterpoten kon lopen, maar ook omlaag kon buigen en dan op 4 poten lopen. De Camptosaurus at planten en was de voorvader van een hele groep planten etende dinosauriërs, die later opkwamen in het 2e tijdperk van de dinosauriërs. Het voorste deel van zijn bek was een hoornachtige snavel waarmee hij het voedsel maalde. Deze dinosauriër was niet erg groot en bewoog zich gemakkelijker dan de plompe ‘reuzen’, maar hij had geen pantser, geen klauwen en waarschijnlijk kon hij zijn vijanden niet ontlopen door in diep water te gaan